TRIGGER WAARSCHUWING: Dit artikel gaat over gevoelige onderwerpen zoals zelfverwonding en (verlies door) zelfdoding

“Als kind voelde ik me vaak anders”, zegt Harmke  (23). Als achtjarig meisje is ze stil, teruggetrokken en verlegen. Ze praat weinig met leeftijdsgenootjes; alleen spelen voelt voor haar veilig. Die veiligheid gaat echter samen met een eenzaam gevoel. Tijdens haar mbo-studie glijdt ze langzaam weg in een donker dal. Ze wordt depressief. Jaren later krijgt ze, na een lange zoektocht, de diagnose autisme. Daarmee vallen veel puzzelstukjes eindelijk op hun plek.

Wie haar gezellige jaren 30-bovenwoning binnenstapt, ziet meteen het grote, zwarte paard dat ze zelf op de muur schilderde. “Paarden zijn belangrijk geworden in mijn herstelproces”, zegt ze met een glimlach. Dat blijkt niet alleen uit de schildering: na haar periode van zorg bij diverse ggz-instellingen, waaronder bij De Hoop, volgt ze tweemaandelijks paardentherapie. Ze vertelt: “Na alle behandelingen moest ik nog veel verwerken en naar mijn lichaam leren luisteren. Dus: uit mijn hoofd, in mijn lijf. Tijdens een therapiesessie gebeurt er ongemerkt zoveel in mijn lijf. Als ik spanning heb, gaan mijn schouders en knieën bijvoorbeeld op slot. Het paard reageert op mijn gevoel en emoties, bijvoorbeeld door mijn schouders of knieën aan te tikken of door zelf ook op slot te gaan. De paardencoach bespreekt dat gedrag. Zo komen mijn onbewuste patronen naar boven. Emoties uiten heb ik nooit echt geleerd, maar bij de paarden lukt het wel. Bij hen kan ik mezelf zijn. Voel ik me onveilig? Dan komt het paard bij me staan en beschermt me. Het lijkt me heel gaaf om ooit ook paardencoach te worden en van mijn pijn mijn werk te maken.”

Buikpijn

De steun die ze nu bij de paarden vindt, staat in schril contrast met de jaren daarvoor, waarin gevoelens en emoties zich opstapelden. Die pijn begon al vroeg. Harmke: “Als kind voelde ik me vaak neerslachtig. Tijdens mijn basisschoolperiode kreeg ik onverklaarbare buikpijn. Dat kwam door de spanning, omdat ik het moeilijk vond om met de rest van de klas mee te komen. Het ging beter tijdens mijn middelbare schooltijd. De lessen sloten aan op mijn niveau en dat werkte fijn.”

“Opeens werd ik als negentienjarige wekelijks geconfronteerd met de dood”

Help mensen zoals Harmke

Depressie

De eerste écht depressieve klachten kwamen tijdens het tweede jaar van haar mbo-studie. Ze vertelt: “Ik deed een zorgopleiding en liep stage bij een zorginstelling. Ik zat daar helemaal op mijn plek en vond het heerlijk om met mijn handen te werken. Het voelde als mijn tweede familie. Ik kreeg veel verantwoordelijkheden, dat gaf me voldoening.” Toen brak corona uit. “Opeens werd ik als negentienjarige wekelijks geconfronteerd met de dood”, vertelt Harmke. “In twee maanden tijd stierven dertien bewoners. Op de afdeling waar ik stage liep, waren er nog maar twee van de acht bewoners over. Ik moest een beschermend pak aan en een mondkapje dragen. Ik stond alleen op die afdeling, al waren collega’s binnen handbereik als ik ze nodig had. Ik ging door op de automatische piloot, maar thuis stortte ik helemaal in. Ook kreeg ik angst dat mensen uit mijn omgeving me zouden verlaten. Die lieve oude mensen die mij plezier en gezelligheid gaven op mijn stage, vielen namelijk ook weg.” Toch ging Harmke door. Haar stage liep af en ze ging weer naar school. Ze was veel moe, maar negeerde dat gevoel. “Telkens weer zag ik op tegen school en het contact met anderen. Ik was blij dat de lessen door corona online waren. Het werd steeds erger: uiteindelijk had ik nergens meer zin in. Ik trok mezelf terug en deed de gordijnen dicht als ik op mijn kamer was. Alles voelde zó donker. Ik zag tegen de kleinste dingen op en mijn eetlust was helemaal weg. Ik bestempelde mezelf als depressief. Mijn ouders keken toe en konden weinig doen. Mijn depressie beheerste mijn wereld.”

Twee werelden

“Vanaf dat moment leefde ik in twee werelden. Ik was veel op mijn slaapkamer, maar volgde wel mijn opleiding en had bijvoorbeeld autorijles. Toen ik zakte voor mijn rijexamen ging het nog slechter. In mijn hoofd smeedde ik een plan voor zelfdoding voor als het echt niet meer zou gaan. Toch bleef ik doorleven om mijn familie geen pijn te doen. Ook voelde ik dat ik er niet klaar voor was om God te ontmoeten. Ik groeide op in een christelijk gezin, maar door mijn depressie voelde mijn geloof zo oppervlakkig aan. Dat vond ik heel eng, want waar leefde ik van als ik daar geen kracht uit kon halen? Tegelijkertijd verlangde ik naar rust en duidelijkheid.” Harmke werd tien weken opgenomen in een ggz-instelling. Ze bouwde hechte vriendschappen op. Met een vriendin hield ze contact. Harmke: “We konden veel lachen, maar ook diepgaand praten. Ik hoefde maar één woord tegen haar te zeggen en ze begreep me. Na onze opnames vielen we beiden terug in onze depressies. Toch konden we er ook luchtig over praten, we gaven onze depressie een naam en appten bijvoorbeeld naar elkaar: ‘Hee, Thirza is weer bezig’. Tot het moment kwam dat ze zichzelf het leven ontnam. Mijn wereld stortte opnieuw in. Ik voelde me boos. Waarom zij? Mensen om mij heen legden uit dat haar ziekte haar in de greep had, en niet andersom.”

Hopeloos

In die periode bood Harmkes nicht een helpende hand. “Ik ging bij haar wonen. Bij mij thuis was het altijd druk met mijn vijf broers enzussen, bij haar was het rustig. Toch was mijn hoofd niet kalm. Waar de boosheid bij mij eerst altijd naar binnen sloeg, kwam het nu naar buiten. Ik voelde me zo hopeloos en wist het echt niet meer. Ik deed mezelf pijn. Ik schreeuwde alles bij elkaar. Dat was zo intensief. Alles kwam eruit. Een keer ontplofte ik zo erg dat mijn nicht de politie belde. Met hen had ik een fijn gesprek, ze luisterden écht naar me. Ze namen mij mee naar de crisisopvang van een ggz-instelling. Ik vond het vreselijk. Ik kende mezelf nog niet goed en gaf mijn grenzen niet aan. Na een week mocht ik weer terug naar mijn nicht. Zij zocht mee naar een passende ggz-instelling. We kwamen bij De Hoop uit.”

"Ken je iemand in je omgeving die zichzelf verwondt? Toon dan begrip en zeg gerust dat je het lastig vindt om erover te praten. Of dat je het eng vindt."

Automutileren

“Ik werd op de vrouwenafdeling van de kliniek 4Life geplaatst voor een opname. Doordeweeks kreeg ik veel therapie, theorie en opdrachten die over mijzelf gingen. Door alle prikkels en de intensiteit was dit heel pittig voor mij. Ik zat in behandeling met veel mensen met een verslaving en ontdekte dat mezelf pijn doen, het automutileren, ook een vorm van verslaving is. Mijn innerlijke pijn verdoofde ik door mezelf te snijden of te stoten. Tien seconden lang kwam er dan een ‘geluksstofje’ vrij. Daar ging ik zo lekker op, dat ik het opnieuw wilde doen. Ik weet nu dat ik mezelf moet afleiden als ik eraan denk. Soms gaat het nog mis; laatst had ik een terugval. Er waren enorme spanningen en die kon ik niet op een goede manier kwijtraken. Het gaat mij erom: hoe kan ik weer opstaan en verder gaan? Het is een gevoelig onderwerp, maar toch vind ik het belangrijk om erover te praten. Ken je iemand in je omgeving die zichzelf verwondt? Toon dan begrip en zeg gerust dat je het lastig vindt om erover te praten. Of dat je het eng vindt. Dat geeft voor de ander een ingang om erover te praten. Vraag wat je kunt betekenen in plaats van in de actiemodus gaan. Die aanpak heb ik ook bij De Hoop ervaren. Het was zo fijn dat behandelaren vroegen: ‘Zal ik met je bidden?’ En ze namen de tijd om te luisteren. Ik voelde me heel erg geholpen en gezien.”

Keuken

Na haar intensieve opname en therapie in de kliniek maakte Harmke de volgende stap in haar herstel: begeleid wonen op Dorp De Hoop. “Ik deelde een huis met vijf andere vrouwen. In het begin was dit heel spannend en eng, want opnieuw moest ik het bekende loslaten. In het weekend kon ik naar huis, maar meestal bleef ik samen met een andere vrouw op mijn woonlocatie. Daar heb ik heel gezellige herinneringen aan. Tijdens deze periode was dagbesteding verplicht. Ik werkte in de keuken op Dorp De Hoop. Begeleider Leen zei vaak: ‘Ook al ben je er maar een uur, ik ben blij dat je er bent.’ En: ‘Je bent goed zoals je bent’,” vertelt Harmke met een glimlach. “Ik kon altijd bij hem terecht. Hoewel het vaak slecht met mij ging, ging ik toch aan het werk. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want het bood me structuur. Ik kreeg steeds meer verantwoordelijkheden en dat gaf me voldoening.”

Geef jouw steun

Autisme

“Omdat mijn nicht en ik al langer vermoedden dat ik autisme had, werd dit bij De Hoop onderzocht. Veel puzzelstukjes vielen op hun plek toen ik uiteindelijk die diagnose kreeg. Een misverstand over autisme bij vrouwen is dat ze niet empathisch zijn. Dat ben ik wél. Veel vrouwen met autisme camoufleren hun symptomen door anderen na te doen, dus sociaal wenselijk gedrag te vertonen. Dat doe ik ook, maar na een verjaardag moet ik wel één of twee dagen bijkomen van alle prikkels. Dat zorgt voor mentale uitputting en stress. Herken je dit? Ga op onderzoek uit naar wat jou helpt. Het geeft mij rust om bij de paarden te zijn, over mijn gevoel te praten, te tekenen en te schilderen. Ook sport ik veel. Dit zorgt ervoor dat ik even niet nadenk en emoties verwerk tijdens het sporten. Door positieve piekmomenten te creëren, houd ik het vol. Ook leerde ik dat mijn hersenen anders werken dan bij veel andere mensen. Zodra ik wil uitrusten, word ik vaak somber. Mijn primaire gevoel is niet bang, boos of verdrietig, maar eerst somber. Onder die somberheid zit dan een andere emotie.”

Falen

Na de diagnose besloot Harmke te stoppen met de behandelingen die ze nog volgde. Harmke: “Het was zo intensief om alle kennis die ik opdeed te verwerken. De stress blokkeerde mij, waardoor ik niet kon meedoen aan groepstherapieën. Ik sloot mezelf af en raakte in mezelf gekeerd. Uiteindelijk was dat te verklaren door mijn autisme. Het voelde als falen, want ik stelde altijd hoge eisen aan mezelf. Toch gaf het veel rust. Mijn behandelaar van De Hoop hielp me bij het vinden van woonruimte in Dordrecht, en ik kwam terecht in een huis waar ik opnieuw samen met andere vrouwen woonde. Inmiddels woon ik op mezelf, daar ben ik heel blij mee. Naast de therapie met paarden krijg ik nog hulp van een ambulant begeleider. Die twee uurtjes per week helpen mij enorm.”

Hoop

En nu? “Ik zeg niet snel dat het goed met mij gaat, meestal zeg ik: ‘Ik ben momenteel stabiel’. Ik zie mijn proces als een weg van herstel, geen genezing. Het verlies van mijn vriendin zal altijd een litteken blijven. Toch heb ik weer hoop voor de toekomst. Bij De Hoop leerde ik mezelf beter kennen en kreeg ik de juiste diagnoses. Ik heb veel geleerd over mijn autisme en hoe ik emoties op een goede manier kan verwerken. Ondanks de chronische depressie en mijn autisme kan ik wel functioneren. Ik werkte een tijdje in de kinderopvang en deed vrijwilligerswerk in het ziekenhuis als patiëntenbegeleidster. Nu ben ik aan het re-integreren in de thuiszorg, want ik haal zoveel plezier uit het zorgen voor mensen. In de toekomst hoop ik door te leren tot verpleegkundige. En mijn droom als paardencoach? Die volgt wellicht daarna. Ik geef me over aan Gods leiding. Ik heb geleerd dat ik alles bij mijn Hemelse Vader mag neerleggen en Hij kent mij beter dan ikzelf. Hij geeft mij liefde, wordt niet boos op me en weet wat het beste voor mij is. Dat vertrouwen geeft me rust.”

Denk je aan zelfdoding?
Bel dan 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl.