Samen met contextueel therapeut Annie vertelt Ivo over zijn worstelingen na De Hoop en deelt Annie hoe ze door haar werk altijd gelooft in verandering.

Annie en Ivo ontmoetten elkaar ruim dertig jaar geleden, toen Annie leidinggaf bij het opvangcentrum van De Hoop. Annie: “Ivo kwam naar een groepstraining die ik gaf. Zijn boosheid viel me op. Ik zag aan zijn ogen dat er zóveel speelde.” Annie werkt inmiddels ruim veertig jaar bij De Hoop. Ze wist niet hoe het verderging met Ivo, tot hij bij haar in de wijk kwam wonen. Ze maakten af en toe een praatje en troffen elkaar bij hetzelfde vrijwilligerswerk.

Onveilig

Ivo: “Ik heb meerdere pistolen op mijn hoofd gehad en kende altijd onveiligheid. Dat gaat er niet uit met twee jaar hulp. Soms hoor ik verhalen waarin alles goedkomt of waar God ingrijpt. Maar dat is niet altíjd zo. Niet alle relaties herstellen en geloven blijft soms moeilijk. Jaren terug liep ik opnieuw vast. Ik bleef maar doorgaan, terwijl ik wel zware dingen met me meedroeg.”

"Eigenlijk was ik heel eenzaam en verdrietig, maar liet dat niet merken." - Ivo

Gedragspatronen

Het leek eerst goed te gaan met Ivo na De Hoop. Na het afkicken volgde hij opleidingen, werd succesvol kok en kreeg een koophuis. Ivo: “Maar oude gedragspatronen bleven schuren. Ik wilde nog steeds gezien worden, meetellen, niet vergeten worden. Ik bouwde een heel netwerk op.” Annie knikt: “Zodat iedereen wist wie je was. Je wilde je bewijzen.” Ivo: “Ja, ik wilde nooit meer alleen zijn. Dat netwerk gaf me veiligheid. Ik koos dan wel mensen met invloed. Eigenlijk was ik heel eenzaam en verdrietig, maar liet dat niet merken. Ik deed veel om mijn emoties te dempen. Zo had ik af en toe feestjes om te resetten. Dan kon ik er weer een tijd tegenaan.” Ivo’s boosheid kwam ook vaak aan de oppervlakte. “Ik ging vaak de confrontatie aan. De eerste jaren na De Hoop brak ik soms de boel af als ik gekwetst werd en sloeg ik gaten in de deuren. Ik was veel boosheid gewend in mijn leven, mijn eigen gedrag noemde ik daardoor ‘temperamentvol’. Ik vond dat normaal. Tegelijkertijd had ik een groot minderwaardigheidscomplex. In sommige relaties was ik blij dat ik in de schaduw van de ander mocht lopen. Mijn grenzen waren niet gezond.”

Wat moet hij van mij?

Op een gegeven moment kijkt Ivo terug. “Ik dacht: het is achttien jaar na De Hoop. Ooit kon ik mijn gedrag verklaren door wat ik meemaakte. Maar nu doe ik het gewoon zélf niet goed. Ik las toen een boek over de droefheid naar God. Dat raakte me diep. Ik wilde eigenlijk niks met God te maken hebben. Ik heb God nooit ontkend, maar wat ik van het geloof zag bij anderen, gaf me geen goed beeld van Hem. Toch werd er aan mijn hart geklopt. Ik dacht: wat moet Hij van me? Ik heb alleen maar verdriet en ellende gekend rondom het geloof. Maar ook: wat moet Hij van míj, na alles wat ik heb uitgespookt? Ik vertrouwde niemand, ik vertrouwde mezelf niet eens.”

Groeiproces

Ivo gebaart naar zijn trui. “Ik vergelijk mijn proces weleens met een wollen trui vol kleurtjes, waar alles door elkaar loopt. Ik heb het gevoel dat God draadje voor draadje bij mij langsging. Elke keer een ander gevoel: boosheid, verdriet, eenzaamheid, zelfhaat, minderwaardigheid… Twee jaar lang huilde ik bijna elke dag. Maar nu het is opgeruimd, is het anders. Heb ik verdriet? Dan laat ik mijn tranen zien. Ben ik gepikeerd op mijn werk? Dan zeg ik gewoon: ‘Dat vind ik niet prettig’.”

Fundering

Ivo leerde anders naar zichzelf kijken. “Ik nam de wet niet zo nauw en heb fouten gemaakt. Ik was vaak boos op mezelf, omdat ik tekortschoot. Maar toen ik al die emoties verwerkte, zag ik mezelf weer als klein mannetje van elf. Ik zag dat ventje angstig zoeken. Ik kreeg mededogen met mezelf. Daardoor viel alles op zijn plek. Want dat angstige mannetje liet ik nooit meer zien. Ivo was de stoerste, de gekste. Zo stond ik ook bekend: Ivo gaat voor niemand opzij.” Annie: “Je ging begrip voor jezelf krijgen.”
Ivo: “Ja, niet om mijn daden goed te praten, maar wel met het besef: als dit al mijn basis was…” Ivo leerde begrijpen dat zijn verkeerde gedrag een manier van overleven was geworden. “Van het gepeste kind dat onveiligheid kende, was ik mezelf gaan opbouwen tot een man. Maar wel op de verkeerde fundering. En dan kom je in de knoop. Toen ik dat begreep, ontstond er vergeving van mezelf. Daarmee kwam er voor het eerst frisse lucht op een hele rotte plek. Er kwam een bepaalde rust in me.”

Help jij mensen zoals Ivo?

Zelfhaat

Annie: “Werken aan trauma’s was dertig jaar geleden niet zo bekend als nu. Het kost vaak tijd om bij de kern te komen, zoals bij Ivo. Het is vreselijk als je jezelf blijft haten. Dat is echt een ondermijning van binnenuit. Sommige mensen houden dat diep vanbinnen altijd. Maar als je zover kan komen dat je compassie kan hebben en kan denken: ik was ook heel klein, er was niemand die toen veiligheid aan mij gaf, dan komt er groei en maak je jezelf minder kapot.”

Moedeloos

Annie werkt al meer dan veertig jaar bij De Hoop en herkent Ivo’s proces in haar werk met cliënten. Ze ziet de impact van zelfhaat bij cliënten. “Er zijn zóveel mensen met gevoelens van minderwaardigheid. Als ze zich afgewezen voelen, straffen ze hun lichaam. Het valt me op hoe hardnekkig dat is. Ze vinden steeds nieuwe manieren. Waarom ze dat doen? In een klimaat waarin je niet geliefd wordt, gaat een kind denken dat het zelf iets niet goed deed. Of dat het liever had moeten zijn. Je krijgt dan geen bevestiging vanuit huis. Alles wat je daarna in je leven fout doet of waar je over gepest wordt, is een bevestiging van buitenaf dat je inderdaad slecht bent en het nooit goed zal doen. Dat maakt mensen heel moedeloos. En dan gaan ze zichzelf onderuithalen.”

Gebroken

Bij De Hoop werken mensen die Annie nog als cliënt meemaakte. “Hun levens zijn echt veranderd. Sommigen waren afgeschreven in de maatschappij. Zelfs de hulpverlening zag hen als hopeloos geval. Maar er zit zoveel moois in. God kan dat weer tevoorschijn roepen. God is juist bewogen over mensen die gebroken zijn, dat vertrouwen heb ik al sinds mijn eerste jaren bij De Hoop. Natuurlijk zijn er spannende momenten en gebeuren er hele moeilijke dingen. Sommige levensverhalen zijn echt ongelooflijk. Twee verslaafde ouders, of een weggelopen ouder, of de moeder werd verlaten… Als iets zo jong in je leven al scheefgroeit, kan herstel een heel lang proces zijn. Dat heb ik bij Ivo ook gezien. Ik weet dat mensen terug kunnen vallen, ik weet ook dat het soms slecht afloopt. Ik ben ook naar begrafenissen geweest. Dat is helaas ook de realiteit van ons werk. Maar verandering kan wél, daar geloof ik in en dat gebeurt nog elke dag.”

“Sinds een paar jaar weet ik pas wat je moet doen als je verdriet hebt. Je hebt dan troost nodig.”

Verandering

Annie: “Toen Ivo in mijn wijk woonde, zag ik grote veranderingen bij hem. Hij zocht verdieping, samen met God, leerde grenzen stellen en zei niet meer overal ‘ja’ op. Hij ging selecteren wat hij wilde. Hij had niet meer de behoefte om duidelijk aanwezig te zijn en kon ook rustig zitten babbelen. Ook maakte hij dingen goed, nadat hij inzag dat zijn gedrag niet goed was. We vertellen vaak snel wat er misgaat in ons leven. Maar we zijn er niet altijd goed in om ook naar onze eigen rol te kijken. Ivo keek daar wel naar en durfde dat ook aan te pakken. Verder ging Ivo vergeven, terwijl er echt heftige dingen gebeurd zijn. Dat gaat heel diep en ik vond het heel mooi om te zien dat hij dat aanging.” Ivo: “Sinds een paar jaar weet ik pas wat je moet doen als je verdriet hebt. Je hebt dan troost nodig.”

Gods liefde

Annie blijft geboeid door wat ze in levens ziet gebeuren. Als contextueel therapeut voert ze relatie- en gezinsgesprekken. Annie: “Ik zie hoe er opening kan komen in vastgelopen relaties. Er kan herstel groeien in relaties met grootouders, ouders, kinderen en partners. Erkenning van wat er is gebeurd, is vaak een sleutel tot herstel.” Annie vindt het bijzonder dat ze God van dichtbij ziet werken. “Ik zit als het ware op de eerste rij. Ik zie regelmatig iemand binnenkomen die niets van het geloof moet hebben. Wij leggen niets op, maar doen wel vanuit liefde ons werk. Het is heel bijzonder als het dan toch iemands hart raakt. Dat gebeurt nog elke dag. Veel mensen hebben het gevoel dat ze niet écht gezien zijn in hun leven. Je voelt dat mensen dat zó nodig hebben. Het is heel ontroerend als ze gaan beseffen dat God hen al vóór hun geboorte zag. Dat klinkt ook in een lied: ‘Nog voordat je bestond, kende Hij je naam.’ Mensen noemen Psalm 139 vaak als lievelingslied. Omdat ze gaan beseffen: ‘Ja, al is mijn vader weggegaan toen ik nog een baby was of al heb ik in de gevangenis gezeten…’ Als ze gaan geloven dat God hen al die tijd zag, verandert er echt iets.”

Opname

Annie: “Ik vind een opname daarom een hele mooie behandelvorm. Gesprekken op de polikliniek doen natuurlijk ook veel. Maar sommige mensen zijn zó gebroken. Zij zeggen: ‘Ik ben al in tien klinieken geweest, maar het is nergens zoals hier.’ Hier krijgen ze de kans om iets van God te zien. Als je dat nooit ziet, is het moeilijk om de weg te vinden. Als afdelingsteam denken wij dat we gewoon ‘normaal’ doen, maar cliënten merken het snel. Als je weinig van God weet, spreekt het je aan als iemand een bepaalde rust uitstraalt, luistert en betrokken is. Ook vieren we verjaardagen en feestdagen, beginnen de dag samen en delen om de beurt hoe het gaat. Dat is ook al een uitdaging. Als je elke dag alleen ‘fijne dag’ zegt, groeit er niet zoveel.” Ivo lacht: “Goeiesmogges, ik geef m’n beurt door.”
Annie knikt: “Sommige mensen vinden het lastig om te delen hoe het gaat. Maar door persoonlijke ervaringen te delen en op elkaar te reageren, leer je hoe betrokkenheid voelt.”

Pleegmoeder

Annie ontmoette in de loop der jaren honderden mensen bij De Hoop. Sommigen bleven haar extra bij. Ze slaat een fotoboek open en wijst naar de foto van haarzelf en een collega. Beide dragen ze een baby in hun armen. “Dit is zo’n 33 jaar geleden. Deze tweeling was verslaafd geboren en kwam met hun moeder bij ons. Helaas moesten ze naar een pleeggezin. In de vakantieperiode waren weinig gezinnen beschikbaar. De Raad van Kinderbescherming zag geen andere optie dan de tweeling uit elkaar halen of in een pleeghuis plaatsen. Wij vonden dat geen goed idee. Bij De Hoop waren we gewend om ook buiten de gebaande paden te zoeken. Zo kwamen we op nóg een optie: de tweeling mocht blijven als we twee vaste verzorgers aanwezen. Zo werd ik, samen met een collega, officieel pleegmoeder. Overdag zorgde een andere collega voor de baby’s en in de avonduren, na ons werk bij De Hoop, droegen wij hen in de draagzak. We zorgden voor hen tot er plek was voor beide kindjes in een christelijk pleeggezin. Ik hoop nog altijd eens van ze te horen.”

Rust

Van de tweeling en vele andere cliënten weet Annie niet hoe het na De Hoop met hen gaat. Van Ivo weet ze dat wel. Hij is gegroeid en heeft zijn plek gevonden. Ivo: “Ik geniet van mijn werk als kok, ik geniet van het leven, van de rust in mijn leven. Ik werd afgelopen jaar vijftig. Sinds het laatste jaar denk ik: zo hoort het leven te zijn. Ik ben er echt, ik ben nu de man waar ik trots op ben en wie ik echt ben. Er is rust.”

Geef steun aan mensen zoals Ivo