“Met drie mannen het huis schoonhouden… dat blijft een uitdaging hoor”, lacht Erik (32). We zitten aan zijn keukentafel wanneer de wasmachine op de achtergrond begint te trillen. “Ik zet ‘m even uit hoor, het leidt me af. Die was is trouwens van mijn huisgenoot.” Even later komt diezelfde huisgenoot de keuken binnenlopen en begroet ons. Het lijkt een gewone ochtend in een gedeeld huis. Maar voor Erik is dit allesbehalve vanzelfsprekend. “Ik had nooit gedacht dat ik zo goed terecht zou komen”, zegt hij. “Dat ik clean ben en voor mezelf kan zorgen, was vroeger voor mij ondenkbaar.

In de benedenwoning in Den Haag bouwt Erik aan zijn leven. “Ik woon hier met twee andere mannen uit de kerk”, begint Erik. “In de tijd dat ik net clean was, was de kerk echt mijn vangnet. Ik deed er veel vrijwilligerswerk; van mensen bellen tot helpen bij de Alpha-cursus. En ik deelde met regelmaat mijn getuigenis. Het is mijn basis geweest toen ik hier drie jaar geleden kwam wonen.”

"Ik wist totaal niet hoe ik met het leven om moest gaan."

BANG

Het leven dat hij nu leidt, staat in schril contrast met hoe het vroeger voor hem was. Als kind was hij vaak bang. “Ik had veel angsten; angst om mijn ouders kwijt te raken, angst voor de dood. Mijn vader heeft sinds ik klein ben al MS. Momenteel zit hij in een rolstoel. Het is best pittig om dat als kind te moeten dragen. ‘Gewone’ dingen zoals samen voetballen… dat zat er niet in. Ik denk dat ik daarin wel iets heb gemist.” Vanbuiten leek Erik zich wel te redden. “Op school was ik altijd wel het mannetje”, vertelt hij. “Maar diep vanbinnen speelde er veel. Dit uitte zich vaak in boosheid. Ik was vroeger erg driftig.” Hoe diep het zat, merkt hij later pas écht. Als veertienjarige staat hij op het punt een einde aan zijn leven te maken. “Ik stond op de derde verdieping van school en wilde naar beneden springen. Achteraf denk ik: ik was gewoon heel ongelukkig en wist totaal niet hoe ik met het leven om moest gaan.”

FOUTE BOEL

Die angst en onrust vinden een paar jaar later hun uitweg. “Ik kon vroeger met vrienden al best wel aardig drinken. Dat begon toen ik een jaar of zestien was. Op festivals nam ik regelmatig een pilletje. Dat leek heel normaal, heel veel mensen deden het. Maar toen ik op 23-jarige leeftijd voor het eerst cocaïne gebruikte, was het meteen foute boel.” Erik kijkt even weg. “In het begin hield ik het voor me en viel het niet zo op. Ik had het allemaal best goed voor elkaar: een relatie, een goede baan, een koophuis. Maar door de cocaïne ging die switch zó snel. Ik kwam te laat op mijn werk, was regelmatig ziek en ik sliep nachten niet. Mijn relatie hield geen stand en ik moest het huis verkopen. Ondertussen gebruikte ik gewoon door en deed ik er alles aan om aan cocaïne te komen.” Zijn eerste opname bij De Hoop volgde. “Ik besefte toen niet eens dat ik verslaafd was. Het lag aan iedereen, behalve aan mezelf. Na twee weken zei ik: ‘Ik ga weer naar huis’. In de jaren daarna heb ik nog heel wat klinieken gezien.”

KEERPUNT

Een groot keerpunt volgt in Eriks leven. “Mijn moeder was al lange tijd ziek. In die tijd ging ik kliniek in, kliniek uit. Ik was volop in gebruik. Mijn moeder hield me vaak de hand boven het hoofd. Ik was een moederskindje, vanaf jongs af aan al. Toch loog ik haar soms keihard voor.” Erik wordt even stil. “Mijn moeder overleed uiteindelijk in 2021. Dat ik me zo heb gedragen en dat ik tijdens haar laatste dagen nog in gebruik was, doet me nog steeds heel veel. Ze was gewoon heel lief. Ik heb moeten leren mezelf te vergeven en het bij God neer te leggen.” Op het moment van het overlijden gaat er een knop om bij Erik. “Mijn leven stond op zijn kop. Het was echt een zooitje. Ik dacht: nu moet ik er écht wat aan gaan doen, anders ga ik zelf óók dood. Ik was diep ongelukkig.”

SAFEHOUSE

Diezelfde maand volgt een opname in een kliniek in Den Haag, waar hij drie maanden verblijft. “Na mijn opname kwam ik in een safehouse terecht in Leiden”, vertelt Erik. “Ik hoorde van anderen dat het hen daar lukte om clean te blijven. En ik was zodanig klaar met mijn verslaving… dat ik dat ook wilde.” Erik blijft negen maanden clean. Het leek de goede kant op te gaan, maar onder de oppervlakte speelt er nog van alles. “Ik zat psychisch nog zó in de knoop. Ik viel weer terug. Uiteindelijk kwam ik weer bij De Hoop terecht. Dit voelde als mijn laatste redmiddel.”

"De liefde van God ervaarde ik al in de kliniek en tijdens de bidstonden en zette zich voort in de kerk."

VAN DE KAART

De stap naar De Hoop voelt voor Erik als een laatste poging om zijn leven weer op de rails te krijgen. “Voor mij was het een kwestie van leven of dood”, zegt hij. “Mijn pijn was zó groot. De pijn achter de verslaving, maar ook de pijn van het verliezen van mijn moeder. Ik was echt van de kaart toen ik aankwam. Ik was paranoia. Ik hoorde stemmen in mijn hoofd en zag dingen die er niet waren. Ik herinner me nog dat ik met een taxi werd afgezet. Met een tas met kleren. En toen stond ik daar, bij de ingang.” Eenmaal binnen ervaart hij iets wat hij al lang niet meer had gevoeld: rust. “Ik werd goed opgevangen. Er was structuur; duidelijke regels, op vaste tijden samen eten. Dat gaf houvast. Maar wat het meest raakte, was de liefde van God die ik ervaarde, bijvoorbeeld in de manier waarop medewerkers met je omgaan. Iedereen wordt hetzelfde behandeld, vanuit liefde. Ik denk dat mensen die verslaafd zijn dat juist nodig hebben. Bij mij heeft dat in ieder geval gewerkt.” Hij lacht. “En niet dat ze altijd lief waren hoor, soms werd je keihard een spiegel voorgehouden. Maar dat had ik ook wel nodig.” De maandelijkse bidstonden maken indruk op Erik. “Daar ervoer ik Gods kracht. Ik wist gewoon: Hij is hier. Op een van die avonden ging ik naar voren voor gebed. Dat was voor mij een moment van overgave”, vertelt hij. “Ik heb toen zoveel bevrijding ervaren.”

BIDSTONDEN

Tijdens een van de bidstonden bidt Erik voor iets waar hij veel spanning bij voelt. “Na mijn opname bij De Hoop zou ik weer in Den Haag gaan wonen, in een safehouse, maar ik zag daar enorm tegenop. Het gaf me veel onrust. Ik zat vast in mijn hoofd, ik had veel angst. Na het gebed kwam er een vrouw naar mij toe. Ze zei tegen mij: ‘Als jij naar Den Haag gaat, moet je eens bij City Life Church gaan kijken.’” Erik besluit het advies op te volgen. “Ik ben er gewoon een keer naartoe gegaan.” Hij glimlacht. “En ik ben eigenlijk nooit meer weggegaan.” Wat hij bij De Hoop ervaart, herkent hij daar opnieuw. “Het voelde hetzelfde”, vertelt hij. “Je wordt niet veroordeeld, maar behandeld met liefde. Die liefde van God ervaarde ik al in de kliniek en tijdens de bidstonden. En dat zette zich voort in de kerk in Den Haag. Het is een grote kerk, maar inmiddels ken ik er zoveel mensen. Het is echt mijn veilige plek.”

EERLIJKHEID

Na het overlijden van zijn moeder verandert de band met zijn vader. “We zijn dichter naar elkaar toe gegroeid”, vertelt Erik. “Ik ben vorig jaar zelfs nog met hem op vakantie geweest. Dat was heel mooi.” Inmiddels is hun relatie hecht. “Als het goed met mij gaat, gaat het ook goed met hem. Zo werkt dat meestal. Maar als het niet goed gaat, vertel ik dat ook. Vroeger deelde ik niks, maar ik ben een heel eerlijk persoon geworden.” Erik leert ook eerlijk naar zichzelf te kijken. “Ik heb veel mensen pijn gedaan door mijn verslaving. En ik vond het lange tijd lastig om mezelf te vergeven daarvoor. Maar dat hoort er ook bij. Dat je het onder ogen ziet en mild leert te zijn voor jezelf. Soms begint mijn vader te huilen of is hij bang dat ik terugval. En ik snap dat wel. Die angst zit er bij hem, maar ook bij vrienden. Ik kijk zelf liever niet te veel terug, dat vind ik soms nog lastig hoor”, zegt hij eerlijk. “Maar het is wel nodig.”

HERSTEL

Erik is nu ruim drie jaar clean. “Ik kan mijn ‘clean-datum’ nog beter onthouden dan mijn verjaardag”, grapt hij. Zijn herstel is nog in volle gang; hij werkt ambulant aan zijn trauma’s. “Ik ben er zeker nog niet. Maar ik weet: als ik eraan werk, wordt het beter. Het lucht op. En ik ben blij met een fijne plek waar ik nu een jaar woon en met mijn baan. Op dit moment loop ik mee met een vriend in zijn recyclebedrijf, als hoofd technische dienst. En het bijzondere is: hier werken ook een aantal christenen. Als wij in de werkplaats bezig zijn, staat er vaak worshipmuziek op. Dat voelt echt gezegend. Ik kom met een hele andere vibe mijn bed uit ’s ochtends.”

"Ik kan mijn 'clean-datum' nog beter onthouden dan mijn verjaardag."

BLIK OP HET LEVEN

Toch blijft het soms zoeken voor Erik. “Ik vind het nog steeds lastig om mijn gevoelens onder ogen te komen. Dat is ook een proces. Niet alles verandert in één keer. Emoties probeer ik nog weleens weg te drukken. Maar dan ga ik een rondje lopen of bel ik iemand op. En het mag er ook zijn. Het beheerst mijn leven niet meer.” Zijn blik op het leven is veranderd. “Vroeger gaf ik God de schuld van alles. Nu denk ik: uiteindelijk keert het ten goede. Ik zie dat terug in mijn eigen leven. Er zijn mooie dingen op mijn pad gekomen: de kerk, mijn werk, een woning en de mensen om me heen. Ik probeer zoveel mogelijk per dag te leven. En natuurlijk droom ik ook van een eigen woning, een vrouw en een gezin. Als dat ook Gods plan is. Daarin leer ik geduld te hebben. En ik ben ook dankbaar dat ik die nare tijd niet heb doorgemaakt met kinderen om me heen. Dat ik hen dat niet heb hoeven aandoen.”

“Dat is misschien wel het mooiste wat ik heb gekregen: de rust van God.”

DE RUST VAN GOD

Het leven blijft soms ook confronterend. Het moment dat ik Erik spreek, valt samen met de datum waarop zijn moeder vijf jaar geleden overleed. “Dat blijft lastig”, zegt hij. “Ook kerst en oud en nieuw zijn geen makkelijke dagen.” Waar hij vroeger snel boos werd, reageert hij nu anders. “Nu probeer ik te denken: hoe zou Jezus reageren? Mijn gedrag is veranderd. Ik probeer bewust liefdevol te blijven en te bidden.” Erik pauzeert even. “Dat is misschien wel het mooiste wat ik heb gekregen: de rust van God. Mijn moeder was een gelovige vrouw, en heel rustig. Ik geloof ook zeker dat ze het heel goed heeft nu. Is het makkelijk? Nee. Er is nog steeds weleens verdriet en het blijft hard werken tegen de verslaving. Maar het leven is sowieso niet makkelijk. Ik denk dat mijn moeder het liefst had gewild dat ik het leven leid, dat ik nu leid. Dat ik gelukkig ben, dat ik clean ben. Iedere dag wordt steeds beter en daar houd ik me aan vast. Hoe langer ik clean ben, hoe mooier het leven wordt.”

“Iedere dag wordt steeds beter en daar houd ik me aan vast.” Samen geven we om wie verlangt naar een nieuw leven. Geef je ook?

Dit artikel verscheen in Hoop magazine, editie juni 2026.