“Het zal zo’n vijftien jaar geleden zijn. Samen met mijn moeder en stiefvader vierde ik de jaarwisseling bij de schoonouders van mijn jongste broer. Het enige waar ik tijdens die avond aan kon denken was dat ik het liefst zelfmoord wilde plegen.” Lees het verhaal van Sandra*.

De schoonouders van mijn broer woonden in een flat in Groningen. Het was er niet erg groot: met mijn moeder en stiefvader, de schoonouders, mijn broer, zijn vrouw en diens zusje was het vol. Ik zorgde ervoor dat het nog voller leek, want ik was destijds heel zwaar: ik woog bijna tweehonderd kilo. Die avond was het gezellig: iedereen zat met elkaar te praten, er werd veel gelachen. Ik deed gewoon mee. Maar vanbinnen lachte ik niet. Vanbinnen voelde ik me dood, zo uitgeput dat ik het liefst wilde huilen. Ik voelde me alsof ik helemaal alleen was, alsof niemand mij snapte en ik niemand kon bereiken.

Dromen van zelfmoord

De flat was op tien hoog. Ik dacht de hele avond: “Ik kan vannacht, als iedereen slaapt, van het balkon springen.” Ik droomde al jaren van zelfmoord. Ik was vastgelopen in mijn leven. Ik was voor de tweede keer een baan kwijt. Mijn broers hadden een relatie – ik had niets en niemand. Ik voelde me zo alleen. Ik wist niet hoe ik met mensen om moest gaan. Ik zat thuis en at en ik begreep niet waarom het me niet lukte om daarmee te stoppen. Stoppen met snoepen lijkt zo gemakkelijk. Maar als ik niet snoepte, leek het of de enige vriend die ik had weg was. Dus werd ik dikker en dikker.

Negeren

In mijn familie praatte niemand over mijn gewicht, hoewel iedereen het natuurlijk zag. In onze familie zijn we nogal goed in negeren. Mijn vader was een alcoholist, die gewelddadig werd als hij gedronken had. Maar alles wat mijn moeder erover zei was: “Je mag er met niemand over praten.” Sowieso wilde mijn moeder niet dat ik praatte. Zij mocht vertellen wat haar dwarszat, maar ik mocht alleen luisteren. Ik moest er voor haar zijn, hoe klein ik ook was. Toen mijn ouders gingen scheiden werd ik, als oudste kind en enige dochter, een soort vriendin die ik natuurlijk helemaal niet kon zijn voor een volwassen vrouw. Totdat ik dik werd. Toen was ik niet meer interessant.

Verdriet

Twaalf uur. Tijd voor het vuurwerk. We stonden buiten. Het vuurwerk was prachtig – er werd veel afgestoken en wij hadden zo hoog natuurlijk een goed uitzicht. In die tijd leefde mijn oma nog. Ze belde mijn moeder en vroeg ieder familielid te spreken om ze gelukkig nieuwjaar te wensen. Alleen mij vergat ze. Niemand anders dacht er aan en ik zei ook niets. Ik durfde nooit de aandacht op mezelf te vestigen. Ik dacht er weer aan dat ik die nacht van het balkon kon springen. Eén sprong en dat verdriet vanbinnen zou over zijn. Ik zou mezelf nooit meer walgelijk en overbodig hoeven vinden. Ik zou niets meer hoeven voelen.

Opeens was er vreugde in mijn leven. Ik besefte opeens "Ik ben toch niet alleen".

Here God

Ik sprong die nacht niet. Ik weet niet meer waarom niet. Ik weet wel dat ik er spijt van heb gehad, want het leek me een gemakkelijke manier van zelfmoord. Gelukkig kwam er in het nieuwe jaar een andere uitweg. In het voorjaar, rond Pasen, leerde ik de Here God kennen. Opeens was er vreugde in mijn leven. Ik besefte opeens “Ik ben toch niet alleen”. Na een paar maanden sloot ik me aan bij een kerk, een heel kleine gemeente, waar ik me gezien en geaccepteerd voelde. De voorganger was een voormalig medewerker van De Hoop. Hij raadde me aan om daar hulp te zoeken voor mijn eetprobleem. Niet alleen mensen die afhankelijk zijn van drugs of alcohol zijn verslaafd. Dat geldt ook voor mensen die te veel eten.

Geaccepteerd

Ik vond het heel spannend, maar ik ben naar De Hoop gegaan. En het bijzondere was: ik voelde me daar nog meer geaccepteerd dan in de kerk. Ik ben tijdens mijn opname geen enkele keer uitgelachen om mijn gewicht. Ik hoorde erbij. De mensen die er opgenomen zaten snapten mij. Veel van de cliënten hadden net als ik ouders die zo in de knoop zaten dat hun kinderen ook in de war raakten. Ik realiseerde me steeds meer dat ik in waanzin ben opgegroeid, en dat er niettemin van mij werd verwacht dat ik me normaal gedroeg. Ik begon te zien dat eten voor mij de enige manier was om mijn emoties letterlijk weg te slikken.

Nieuw leven

Ik moet toegeven dat ik nog wel lange tijd een grote hoeveelheid antidepressiva achter de hand heb gehouden, met het idee: “Als het me niet lukt om een nieuw leven op te bouwen, dan kan ik er alsnog een einde aan maken.” Dat heb ik uiteindelijk opgebiecht aan een medewerkster van De Hoop. Ik heb de medicijnen aan haar afgegeven. Ik ben ook met mijn moeder gaan praten over hoe lastig ik het vroeger thuis vond. Mijn moeder was daar absoluut niet blij mee: ze heeft me een jaar lang doodgezwegen. Dat was heel erg. Maar ondanks dat zij niet met me wilde praten, voelde ik me niet eenzaam meer. Ik had bij De Hoop vrienden gemaakt. Ik heb er een nieuw leven gekregen, samen met de Heer. Ik weet nu dat ik er niet alleen voor sta.

* Dit is niet de echte naam van de geïnterviewde.

Helaas zijn er veel mensen op dit moment die hetzelfde meemaken als Sandra, die alleen en geïsoleerd zijn geraakt door verslaving en psychische problemen. Wij willen hun laten zien dat er een uitweg is, een Nieuw Begin met hoofdletters. Helpt u mee?