Trigger waarschuwing: Dit artikel gaat over gevoelige onderwerpen zoals suïcidale gedachten.
Vorig jaar stond Stijn (24) op de planken met zijn theatervoorstelling ‘Lief dagboek’. Daarin deelde hij tientallen verhalen van jongeren die in een kliniek verbleven, én zijn eigen verhaal. Zijn theaterstuk was een creatieve verwerking van Stijns afstudeeronderzoek. Stijn: “Ik onderzocht welk effect de veranderingen in de ggz op jongeren hadden en vroeg Annelies voor een interview. Zo kwamen we na lange tijd weer in contact.” Nu blikken ze samen terug op hun tijd bij De Hoop en hoe Stijn daarna zijn weg vond.
Jongste
Stijn straalt rust uit, heeft net zijn opleiding afgerond en staat positief in het leven. Een groot contrast met het depressieve jongetje dat twaalf jaar eerder de drempel van de kliniek overstapte. Annelies: “Ik herinner me Stijn nog goed. Met zijn twaalf jaar was hij de jongste van de groep. Veel collega’s en groepsgenoten moederden over hem. Ik weet nog dat ik me afvroeg: wat kan ik van je vragen en waar zit je groei?” “Jij kwam bij De Hoop werken als psycholoog toen ik al twee maanden in behandeling was”, vertelt Stijn. “Ik dacht: die nieuweling ga ik aan de tand voelen. Ik bedacht een zelfverzonnen liedje: Annelies van Pèèèlt. Maar jij kon het wel hebben. We hadden al snel een klik.”
Gevoelig
“Ik vond het fijn om uit mijn thuis- en schoolsituatie gehaald te worden”, vertelt Stijn. “De jongeren in de kliniek wisten met twee woorden wat ik bedoelde. We begrepen elkaar. Maar de gesprekken met elkaar konden ook verkeerd uitpakken.” Annelies: “Ja, je maakt veel mee op de kliniek, ook elkaars slechte momenten. Zo waren er ook suïcidale jongeren. Jij was nog zo jong, ik wilde je graag beschermen.” Stijn: “Ik ben een medemenselijk en gevoelig type. Ik wilde anderen graag ontlasten. Ik probeerde ze te helpen door ze te bemoedigen met muziek of een luisterend oor. Maar ik moest ook mijn eigen proces in het oog houden, dat lukte gelukkig wel. Voor mijn afstudeeronderzoek sprak ik een vrouw bij wie dat helaas misging. Ze wilde heel graag anderen om zich heen helpen, maar vergat haar eigen problemen.”
Dictee
Door jongeren in zijn omgeving die ook veel hadden meegemaakt, voelde Stijn zich begrepen. Maar om zijn problemen écht aan te pakken, was professionele hulp nodig. Hij kreeg verschillende therapieën en somt ze op: “Dramatherapie, individuele therapie, speltherapie, trainingen over bijvoorbeeld sociale vaardigheden en dagelijks een sessie groepstherapie.” Ondertussen volgde hij ook onderwijs. Omdat hij zo jong was, bleef hij alleen achter in de huiskamer met zijn dictee en tafels. Stijn: “De rest van de groep ging op de fiets naar de middelbare school. Dat gaf een eenzaam gevoel. Volhouden kostte me veel zelfdiscipline. De groepsbegeleiders waren mijn meesters en juffen. Mijn eigen basisschooljuf kwam iedere donderdag langs.” Annelies: “Je werd losgehaald uit je normale omgeving. Twaalf jaar geleden gebeurde dat veel sneller dan nu. Nu proberen we jongeren te behandelen terwijl ze thuis wonen, tenzij de problematiek te groot is.”
Depressie
Stijn vindt het lastig om precies aan te wijzen waardoor zijn depressie is ontstaan. “Van mezelf ben ik namelijk positief ingesteld. Mijn vader heeft een lichte vorm van autisme en stemmingswisselingen en dat had impact op mij als kind. Ook op school liep het niet lekker; er vormden zich groepjes in de klas die elkaar buitensloten. Ik kreeg sombere gedachten, huilde veel en had weinig zelfvertrouwen. Op een gegeven moment voelde ik dat het niet meer ging en klopten we aan bij De Hoop.” Annelies: “Een depressie bij kinderen komt niet vaak voor, dus dat moet zeker serieus genomen worden. Het kan vanzelf minder worden, maar het kan een kind ook enorm belemmeren.” Ze vervolgt haar gesprek met Stijn: “Ik herinner me nog dat je bij me kwam en zei: ‘Ik wil dood’. Ik besprak dan met je: ‘Wil je echt dood of bedoel je eigenlijk iets anders?’ Zoals: ‘Ik heb het ergens moeilijk mee.’ Je was wel heel depressief.” Stijn knikt: “Toch heb ik altijd ervaren dat ik niet over leven of dood ga. Ik zou mezelf nooit van het leven durven te beroven. Eigenlijk wilde ik zeggen: ‘Ik wil niet meer in deze situatie zijn.’ Ik waardeer het enorm aan Annelies dat ze analytisch reageerde. Ze vroeg door totdat ze wist wat ik bedoelde.”
Mens
“Uitspraken als ‘ik wil dood’ vind ik heel zorgelijk”, vertelt Annelies. “Er waren meer jongeren op de kliniek die dat zeiden. We maakten mee dat een meisje zich een jaar na haar opname van het leven beroofde. Het spreekt van zo’n pijn en lijden.” In haar beginjaren kon Annelies werk en thuis goed scheiden. “Ik stak al mijn energie in mijn werk en laadde thuis weer op. Ik bracht een strikte scheiding aan tussen werk en privé. In de loop van de jaren leerde ik dat ik ook gewoon een mens ben en mezelf niet in stukjes kan opknippen. Ook ik ben soms bang om een cliënt te verliezen. Het anoniem delen van werkverhalen met collega’s en mijn man helpt me bij de verwerking. Ik vraag dagelijks hulp door gebed. Ook breng ik mijn cliënten bij God.”
“Het gesprek over die wanhoop is het belangrijkst, hiermee doorbreek je het isolement.” - Annelies
Groeiproces
Ook Stijns ouders waren bezorgd. Stijn: “Ik kan me voorstellen dat ze het moeilijk vonden om mij achter te laten.” Annelies: “Het is vaak lastig om je kind los te laten. Daarom betrekken we de ouders ook bij de hulp en is er een mentor die regelmatig contact met hen houdt. Die verbinding met thuis is heel belangrijk, want we willen niet dat de relatie tussen ouder en kind (nog meer) onder druk komt te staan. Ouders worden deel van het groeiproces.”
“In het zingen legde ik mijn gevoelens en frustraties.”
Zingen
En die groei? Die kwam gelukkig na een aantal maanden. Stijn: “Naast alle therapie hielp het mij om veel te zingen.” Annelies breekt in: “Oh ja! Je was heel veel aan het zingen. Je was ook veel bezig met de groep-achtmusical die je miste.” Stijn: “In het zingen legde ik mijn gevoelens en frustraties. Ik had veel vragen aan God, zoals: Waarom heb ik een depressie? Ik herinner me nog goed dat ik het lied ‘Ik zal er zijn’ van Sela zong. Vooral de zin: ‘In tijden van vreugde, maar ook van verdriet, ben ik bij U veilig, U die mij ziet’, raakte me. Ook het gedicht ‘voetstappen in het zand’ betekende veel voor me. Daarin staat: ‘Mijn lieve kind, toen ’t moeilijk was, toen heb ik jou gedragen.’ Achteraf denk ik: dat was echt zo. Zingen voelde voor mij als twee keer bidden.” Ook de groepsbegeleiders genoten mee van Stijns muzikaliteit. “We hadden een mediaplayer op de groep die ik tijdens mijn schooluurtjes hard aanzette. Soms zette ik tien keer hetzelfde liedje op. Dat kwam op een gegeven moment bij sommige begeleiders hun neus uit”, lacht Stijn.
Kamp
Als Stijn terugkijkt op zijn tijd bij De Hoop, was het niet alleen een zware, maar ook een mooie periode. “We gingen met de hele groep op kamp. Dat was fantastisch.” Annelies vertelt glimlachend: “Ik herinner me nog dat je óók daar veel aan het zingen was.” Stijn: “Ja, en we hadden ook veel lol met elkaar.” Ook in de kliniek was er ruimte om gewoon tiener te zijn. “Er was een muziek- en knutselruimte. Ik genoot er ook van om even een ijsje te halen in het winkelcentrum of te skaten.” Annelies: “Bij Stijn zag ik hoe veerkrachtig jongeren zijn. Daarom vind ik het ook zo leuk om met tieners te werken. Ik geniet van alle leuke informele dingen die we meemaken, zoals de grappen op 1 april. Maar ook het eerlijk zijn naar elkaar, liefdevolle dingen zeggen en samen reflecteren op wat er speelt.”
Ouders
Na zijn behandeling verbleef Stijn bij pleeggezinnen, omdat hij er nog niet klaar voor was om thuis te wonen. Stijn: “Wellicht vroegen mijn ouders zich af: ‘Hebben we gefaald?’ Dat is écht niet zo, ik houd nog steeds heel veel van hen”, zegt hij stellig. “Nu ik als volwassene terugkijk, zie ik: mijn vader is een lieve man en ik heb een zorgzame moeder. Ik weet dat ze altijd voor me bidden.” Uiteindelijk voelde Stijn zich zeker genoeg om thuis te wonen. “Ik ben blij dat de band met mijn ouders er nooit onder heeft geleden. Ik ben gezegend met hen. Ik ging ook weer naar school. Wel vond ik het lastig om aansluiting te vinden bij mijn klasgenoten, omdat ik veel had meegemaakt. Zij waren nog kind en dat mochten ze ook zijn.”
“Ik had veel vragen aan God, zoals: Waarom heb ik een depressie?”
Onderzoek
Als hbo-student keek Stijn terug op zijn ongewone tienertijd. Voor zijn opleiding onderzocht hij welke veranderingen er in de ggz hebben plaatsgevonden en wat die betekenen voor jongeren. “Er is ggz-breed veel veranderd. Ik onderzocht wat het met jongeren doet dat ze tegenwoordig minder snel worden opgenomen in een kliniek. De uitkomst was dat zorg op maat heel belangrijk is voor iedere tiener. Toen ik voor mijn onderzoek met mede-ex-cliënten praatte, merkte ik hoeveel emoties er loskwamen.” Met zijn theaterstuk gaf Stijn een podium aan zijn eigen verhaal én dat van veel anderen. Maar hij is nog niet klaar. Hij wil verhalen blijven vertellen en gaat daarom aan de slag in de mediasector als contentmaker. Annelies: “Van veel cliënten weet ik niet hoe het met hen afloopt, maar ik vind het heel mooi om te zien dat Stijn zo tot bloei is gekomen.”
Dit verhaal verscheen in Hoop magazine editie juni 2026.