Trigger waarschuwing: In dit artikel komen thema’s als seksueel misbruik en gedachten aan zelfdoding aan bod. Dit kan als confronterend worden ervaren.

“Ik kwam De Hoop binnen in de weerstand. Ik probeerde zelfs te manipuleren om een korter traject te mogen doen.” Renée (33) maakt een afwerend gebaar met haar handen. “Want ik had helemaal geen trauma’s. Dat dacht ik echt.” Dwars door de pijn knokte Renée zich een weg naar een verslavingsvrij leven.

Renée had veel te verwerken, maar sloot zich ervoor af toen ze net bij De Hoop was. Renée: “Aan tafel vertelde ik hele verhalen over mijn leven. De meiden daar hingen aan m’n lippen. Totdat een begeleider ineens zei: ‘Ja, maar ik vóél het niet.’ Later zei ze dat ik haar aankeek met zoveel afweer, dat het voelde alsof ik haar met stoel en al de kamer uit keek.” De opmerking maakte wel iets los in Renée. “Ik smeekte de begeleider in de gang, bijna op mijn knieën: ‘Help me! Ik wil voelen, maar ik weet niet hoe dat moet!’”

Onveilig

Door tijd en aandacht begon Renée zich open te stellen. “Ik zat in de avond vaak op mijn kamer om tijd voor mezelf te hebben. Dan keek ik een serie en deed ik mijn nagels. Begeleider Heleen kwam er soms bij zitten. Het begon altijd met een klein gesprek, maar ik ging haar steeds meer vertrouwen, waardoor ik mij ging openstellen. Ze nam echt de tijd voor mij. Ook een ander voorval hielp mij om dichter bij mijn pijn te komen. Er was een meisje in de groep dat niet meedeed aan het groepsprogramma. Ze zat vol in de weerstand. Daar zei ik wat van: ‘Je hebt er zelf voor gekozen om hier te zijn, doe dan ook gewoon je best en doe mee!’ Het meisje werd boos op mij, liep weg en begon met borden en bekers te gooien. De rest van de meiden werd stil en ik zei: ‘Ik eis vanmiddag een gesprek!’ Dat gesprek kreeg ik. In het gesprek spiegelde de begeleider mijn houding en boosheid. Uiteindelijk brak ik hierdoor. Ik begon enorm te huilen, want het onderliggende kwam omhoog. Voor het eerst in mijn leven begreep en voelde ik dat ik mij heel onveilig voelde. Dat zat verborgen onder mijn woede.”

Drugs en alcohol

Renée’s trauma’s hadden zich jarenlang opgestapeld. “Ik had zo enorm veel pijn, het was niet te doen. Dat wilde ik uit de weg gaan. Van mijn 12e tot mijn 15e ben ik misbruikt. En tot mijn 28e kwam ik bij vriendjes in misbruiksituaties en mishandelingen terecht. Om niet te voelen, was ik altijd aan het verdoven. Blowen en alcohol drinken deed ik vanaf mijn 14e. Vanaf mijn 17e gebruikte ik MDMA en XTC, daar kwam later nog antidepressiva bij. En vanaf mijn 20e gebruikte ik cocaïne en alcohol. Overdag ging ik werken, maar als ik thuiskwam, zat ik gelijk aan de alcohol. In het weekend gebruikte ik coke. Ik bleef zeggen dat ik niet verslaafd was. Ik dacht echt dat ik kon stoppen als ik dat zou willen. Het duurde jaren en het werd steeds gekker. De brokken coke vielen uit mijn neus als ik gebruikte. Het liefst werd ik de volgende dag niet meer wakker, maar dat gebeurde wel. Ik wist me geen raad meer met mezelf en wilde dood. Vanaf dat moment heb ik hulp gevraagd. Ik ging weer bij mijn ouders wonen en drie weken later vloog ik naar een afkickkliniek in Zuid-Afrika.”

Afscheidsbrieven

Voor Renée was het alles of niets. “Ik dacht: ‘Als ik dan afkick, wil ik het meteen goed doen. Ik wilde daarom ook direct de nare ervaringen aanpakken die mijn verslaving in stand hielden. Ergens wist ik wel dat die onder al het verdoven zaten, ook al ontkende ik dat vaak. In mijn laatste week in de afkickkliniek belde ik daarom de huisarts. Ik zei: “Dit weekend vlieg ik terug naar Nederland en maandag zit ik bij jou op de stoel. Nu moeten we doorpakken, anders zit ik over een half jaar weer op hetzelfde punt.” Maandag zat ik bij de huisarts en werd er een plek voor mij gezocht. Ik wilde nog steeds dood, want ik wist niet hoe ik om moest gaan met het leven zonder drugs en alcohol. Ik was mijn afscheidsbrieven al aan het schrijven. De spullen om te ‘hemelen’ lagen ook al in mijn auto. En toch zei ik tegen mijn moeder: ‘Ik wil dat je nu alles uit de auto haalt en mij niet meer alleen laat!’ Het was zo tegenstrijdig. Daarom vertrok ik, in overleg met verschillende instanties, voor mijn veiligheid naar mijn beste vriendin en haar man in Hongarije.”

“Ik bleef zeggen dat ik niet verslaafd was. Ik dacht echt dat ik kon stoppen als ik dat zou willen.”

Hongarije

“In Hongarije kwam ik tot rust en hielpen ze mij. Ik moest gewoon meedraaien in het huishouden en haar man nam mij op sleeptouw. Ik werkte op het land, stond soms hout te hakken en hielp met paden aanleggen. Ik vond het eerst vreselijk, maar later was het fijn. Ze waren ook duidelijk als dat nodig was. Als ik de gootsteen vies achterliet, dan trok hij me erbij en zei: ‘Vind je dit normaal? Zo laat je het niet achter, je gaat het nu schoonmaken!’” Renée schiet in de lach. “Ik maak nog altijd meteen mijn gootsteen schoon.” Na twee maanden in Hongarije belde de huisarts. “‘Je kan over twee weken naar De Hoop, dat is wel christelijk, wil je dat?’ Ik ben zelf niet christelijk, maar ik vond het allemaal prima, als ik maar een plek had.”

Toeval

Na de tijd in Hongarije startte Renée bij De Hoop. “Toen ik aankwam bij mijn kamer bij De Hoop, hing er een poster van een boom op de deur. Dat vond ik heel bijzonder. Ik heb iets met bomen. Bomen zijn elk seizoen anders, net als de fases van het leven. Ik heb daardoor altijd gevoeld dat ik bij De Hoop moest zijn. Toen ik dat pas vertelde aan een kennis, zei zij: ‘Toeval bestaat niet. Dat is Gods manier om anoniem te blijven.’ Dat zal ik altijd blijven onthouden.” Omdat Renée wist dat ze voor een christelijke organisatie koos, deed ze zoveel mogelijk mee aan het programma, ook bij geloofsmomenten. “Ik ben De Hoop zo dankbaar. Dat vertel ik echt overal, ook op de lotgenotenmeetings waar ik nu meiden ondersteun die het moeilijk hebben én iets van het leven willen maken. Ik vertel altijd hoe bijzonder het was, ook het bidden. In de ochtend hadden wij de dagstart, waarin je mocht delen hoe het met je ging. Het ging dan niet alleen om jezelf, maar ook om de mensen die voor jou belangrijk zijn. Je kon het ook delen als iemand in je omgeving bijvoorbeeld rijexamen moest doen. En als je er zelf doorheen zat, ging alle aandacht even helemaal naar jou en werd er geluisterd.” Renée: “Ik zie mezelf niet als christelijk, maar… ja, ik bid nog steeds naar een ‘hogere macht’. Als ik het zwaar heb, dan zeg ik: ‘God, help me hier doorheen. Geef kracht en steun.’ En dan voel ik ook echt dat ik die steun krijg. Er draaiden ook veel christelijke liederen op de afdeling. Eén daarvan staat nog steeds in mijn Spotify lijst, die gaat aan als ik me down voel.” Renée steekt haar handen in de lucht en zingt: “Praaaise the Lord!”

Behoeftes

Renée is vol lof over de schematherapie die ze kreeg. De therapie hielp haar om met hardnekkige patronen en overtuigingen om te gaan. Renée: “Ik denk nog vaak aan de ‘modi’ die ik daar leerde.” Modi zijn gemoedstoestanden die beïnvloeden hoe je op je eigen behoeftes reageert. Er zijn ongezonde manieren, zoals streng en veeleisend zijn, gevoelens onderdrukken of ze juist verdoven. Bij schematherapie leerde Renée gezond om te gaan met haar behoeftes. Renée: “Ik grijp nog regelmatig bewust terug op de modi en schema’s die ik leerde bij De Hoop. Hoe zat het ook alweer? Waarom voel ik me zo? En wat heb ik dan nodig? Afgelopen jaar ging het wat minder met mij. Ook toen sloeg ik de map van De Hoop weer open en was ik meteen alert. Alle alarmbellen gingen af. Ik had alle slechte manieren al ingezet… Behalve drugs of alcoholgebruik. Ik handelde gelijk. Ik weet dat er nog hulp nodig is. Daarom start ik binnenkort met lichaamsgerichte therapie. Met mijn hoofd weet ik het allemaal wel, maar het trauma zit nog in mijn lichaam opgeslagen.”

Genieten

“Ik heb veel EMDR gehad. Toen ik twee jaar geleden vanaf het werk vertrok voor een sessie, zei mijn werkgever: ‘Geniet ervan!’ Ik dacht: ‘Huh, genieten?’ Onderweg dacht ik erover na. Ik besefte dat ik ervan mag genieten dat ik dit proces aanga en erdoor zal groeien. Het gaat me dichter bij mezelf brengen. Ik gun het iedereen om naar binnen te kijken.” Renée bezoekt twee keer per week een meeting met lotgenoten. Ze lacht. “Daar zeg ik nu ook altijd: ‘Geniet ervan!’ En ze kijken allemaal net zo verbaasd als ik toen deed.”

Grenzen

Renée heeft veel trauma’s verwerkt en kan daardoor weer voelen. Dat is ook wennen. “Toen een korte relatie verbroken werd, heb ik zóveel gehuild. Ik lag daar maar onder mijn kleedje op de bank. Ik had nog nooit zoveel en zo lang liefdesverdriet gehad. Er kwam veel naar boven.” Toch blijft ze volhouden om alles op een gezonde manier te doen. “Ik had maanden later een afspraakje met iemand en wilde niet met hem verder. Ik gaf mijn grenzen aan, maar hij bleef aandringen. Hij probeerde mij over te halen en werd boos toen ik weigerde. Ik voelde me enorm onveilig, want hij wist waar ik woonde. Toen heb ik aan vrienden gevraagd of ze wilden komen ‘babysitten’. Mijn hoofd bleef zeggen: ‘Het is een goed idee om drugs te gebruiken.’ Maar ik dacht: nee, dat is een hele rare manier! Vrienden kwamen logeren, want ik weigerde uit huis te gaan. Ik vertelde toen aan mijn beste vriend dat ik zo’n trek had. Hij antwoordde: ‘Het is een feit dat jij rúst zoekt. Gebruiken is niet de manier.’ Toen hij die opmerking maakte, begreep ik mezelf.” Renée’s ogen glimmen van trots. “Toen kon ik het loslaten.”

Wilskracht

Renée heeft de diagnose PTSS. Ze wil zich daar niet door laten beperken. “Ik wilde graag naar een optreden van zanger Harry Styles en grote menigtes zijn moeilijk. Ik ga niet naar mijn angsten leven en daardoor alleen nog maar op de bank zitten. Ik heb al diep gezeten, nu wil ik leven!” Ze maakt grote gebaren. “Dus ik ga gewoon. Ik weet dat ik snel ben getriggerd. Nou, dan krijg ik maar een paniekaanval. Natuurlijk is dat niet leuk, maar ik heb ook geleerd dat ik om hulp mag vragen. En ik heb mensen leren aanvoelen. Als het nodig is, tik ik wel iemand op de schouder en zeg ik: ‘Ik heb even je hulp nodig.’ Ik ga mijn leven niet platleggen.” Renée stroopt haar mouw op en laat een tatoeage op haar arm zien: ‘If you can’t overcome fear, do it scared’ (als je je angst niet kunt overwinnen, doe het dan bang). “Dit is in het handschrift van mijn begeleider in de afkickkliniek in Zuid-Afrika. Het hing daar op een bordje in haar kantoor. Zo leef ik nu. Ik heb altijd mensen om me heen gehad. Ik dacht dat ik niet alleen kon zijn. Maar kijk nou!” Renée pakt haar telefoon en laat enthousiast een foto van zichzelf zien, bij het optreden van Harry Styles: “Daar zit ik dan, alleen, met m’n Fanta!”

“Als het nodig is, tik ik iemand op de schouder en zeg ik: ‘Ik heb even je hulp nodig.’”

Tunnel

Ook haar trauma’s kijkt Renée recht in de ogen. “Ik ging met vrienden op vakantie naar het buitenland en we moesten door een tunnel. Ik had vooraf zóveel spanning. Het was namelijk de tunnel waar ik gedwongen werd tot seksuele handelingen. Voor mijn eigen veiligheid móést ik toen wel meewerken. Met mijn vrienden sprak ik af dat ik op de passagiersstoel in de auto zou zitten. In het begin van de tunnel voelde ik nog paniek, maar ik deed mijn ogen dicht. Ik beeldde me in dat ik, als gezonde volwassene, het misbruikte kind in mijn armen nam om haar te troosten.” Renée beeldt uit hoe ze zichzelf in haar armen houdt. “En zo reed ik die hele tunnel door. Dat ging goed. Ik kon mezelf troosten. De volgende keer dat we door de tunnel moesten, voelde ik alleen nog een beetje spanning.” Wat ze nooit had verwacht, gebeurde toch: ook haar plezier herstelde weer. “Ik dacht dat ik gebroken was door het misbruik. Dat er iets van me was afgenomen. Maar later ontdekte ik dat intimiteit toch fijn kon zijn. Ik besefte dat ik niet gebroken was. Het is niet van me afgepakt. Het is er nog en het kan zelfs weer mooi zijn. Dat wil ik heel graag doorgeven.”

Dromen

Renée wil mensen die nu worstelen met het leven graag bemoedigen. “Waar een wil is, is een weg. Het komt goed. Ik heb heel diep gezeten en ik ben er ook doorheen gekomen. Als ik het kan, met alles wat ik meemaakte, dan kan iedereen er komen. Je moet de pijn wel aangaan, maar het kan echt. Ik geniet nu van het leven. Vier jaar geleden wilde ik nog dood. Als ik daaraan terugdenk, voel ik me weer naar worden. Ik wil nog heel lang leven. Ik heb nog zoveel dromen. Ik had niet gedacht dat het leven zo mooi kon zijn, maar dat is het echt.” Renée straalt van enthousiasme. “Ik wil heel graag nog eens een theatershow maken met mijn eigen verhaal. Ik heb al een groep meiden om me heen verzameld om mee te helpen. Ervaring met theater? Nee, maar ik ga het gewoon regelen! Ik wil ál mijn talenten benutten. Ik heb ook een mondharmonica gekocht en ik wil nog een keyboard. Daarmee wil ik ‘Piano Man’ van Billy Joel kunnen spelen. Ik kan nu voor mezelf zorgen én ik ben nu zover dat ik voor een ander levend wezen kan zorgen: ik word kattenmoeder!” Ze lacht. “Ik pas nu op de kat van de buren. Ik vind het zo bijzonder dat ze hun meest kostbare bezit aan mij toevertrouwen. En straks krijg ik zelf twee kittens. Ik zit vol levenslust en dromen. Dat had ik vier jaar geleden niet kunnen denken. Toen stond ik nog in een hoekje met mijn neus tegen de muur, zo enorm te huilen, omdat ik dacht dat ik altijd zo gebroken zou blijven. Elke traan die over mijn wang rolde, is het waard geweest. Om te rouwen, te verwerken en nu te leven.”

“Ik gun het iedereen om naar binnen te kijken.”
Jouw gift helpt mensen de moed te vinden om hun pijn onder ogen te zien en te werken aan herstel. Geef je ook?